Geschiedenis

Op de plaats van de huidige molen stond reeds in 1662 een zogenaamde staakmolen (standerdmolen). Deze molen werd in 1721 door Chr. Huygens en Jul. v.d. Berge vervangen door de staakmolen “De Kat”. In 1820 is deze molen omgewaaid en spoedig daarna weer opgebouwd.

In 1897 brandde de oude molen af en werd door de huidige stenen molen vervangen. Tijdens de bouw vreesde de molenaar dat de vlucht te groot zou worden en besloot daarom niet hogerop te bouwen. Daar de kap al gereed was, ontstond ter hoogte van de luizolder de goed zichtbare knik.
Tijdens de bevrijding van Zeeuws-Vlaanderen in het najaar van 1944 werd de molen stukgeschoten, terwijl veel mensen bescherming in de molen hadden gezocht. In 1947 werd de zware oorlogsschade als gevolg van een granaatinslag hersteld met steun van het Rijk en kreeg de huidige naam Nooitgedacht.

In 1951 werd de molen buiten bedrijf gesteld en liet de molenaar I. Voogd de molen, op het bovenwiel na, geheel inwendig slopen en verbouwde de molen tot pension, vanaf 1963 was de molen ingericht als bar. Op 12 februari 1974 werd de molen door brand getroffen en was alleen de stenen romp nog intact.

Na deze brand werd de molen aangekocht door de Stichting Molenbehoud West-Zeeuwsch-Vlaanderen. Dankzij allerlei inzamelingsacties kon de molen in 1976 in maalvaardige toestand gerestaureerd worden. Er werd in die tijd onder anderen een inzamelingsactie georganiseerd door de Lions leden dhr. Rinus Leenhouts en dhr. Jaap Boekhout. De inzameling vanuit de Lions werd gedaan door uitgifte van obligaties. 

De eerste vrijwillig molenaar, Hans Soet, kwam tijdens een noodlottig ongeval in 1985 in de molen om het leven.

Opmerkelijk is dat de molen is opgebouwd uit tal van onderdelen van andere molens. Van de in 1944 verwoeste beltkorenmolen in het Limburgse Afferden is het Engels kruiwerk gebruikt. De kruilier maakte bij de grote restauratie in 1976 plaats voor een kruirad. De standerdmolen van Groede was donor van de stalen hoepelvang. Van de onttakelde stellingkorenmolen aldaar werd het zeer lichte houten bovenwiel overgeplaatst. Vanaf de bouw tot 1943 maalden drie generaties De Hullu met twee koppels 16er kunst- en een koppel 16er blauwe stenen voor het boeren-, burgers- en bakkersgemaal. Op de tweede van de vijf zolders, die op 1,30 m hoogte boven de molenberg ligt, staat een buil. Op de steenzolder stond voorheen een haverpletter en in de berg een maalstoel met 30 PK ruwoliemotor. 

  Provinciale Zeeuwse Courant | 6 februari 1947 |  Zeeland    
  Molen te Cadzand behouden.

Door tussenkomst van de Rijks Monumentenzorg zal de molen, die aan de  Ingang van Cadzand staat, weer in zijn oude staat worden teruggebracht. Gedurende de oorlog heeft molen zijn kap verloren en inwendige schade opgelopen. Dit zal u worden hersteld, terwijl hij bovendien wit geschilderd wordt.

Provinciale Zeeuwse Courant | 7 juli 1947 |  Windmolen te Cadzand als eerste in Zeeland gerestaureerd.
 
Op Zaterdag is de gerestaureerde stenen beltmolen van de heer Voogd, welke de entree van het dorp geheel beheerst, officieel in gebruik gesteld. De omgeving was feestelijk versierd. Vele genodigden, onder wie  burgemeester en wethouders met gemeentesecretaris, vertegenwoordigers van het streekbureau voor de wederopbouw, een groot aantal molenaars uit Zeeland als mede de technisch adviseur van de vereniging „De Hollandse Molen”, de heer ir. de Koning, woonden deze ingebruikstelling bij. Opzichter de Kramer heette namens de eigenaar alle aanwezigen welkom, en gaf een overzicht van de
 verrichte werkzaamheden, welke vooraf moesten gaan aan deze restauratie. Daarop wenste de burgemeester de heer Voogd alsmede    de bevolking van Cadzand geluk met deze restauratie en deelde mede, dat dit de eerste molen in Zeeland is, welke na de bevrijding gerestaureerd is. Hij verklaarde het ten zeerste toe te juichen, dat er in deze moeilijke tijd toch initiatief uit de bevolking komt tot bevordering van het landschapsschoon van deze streek, temeer daar hieraan in dit gewest door de oorlogshandelingen toch reeds zulke ernstige schade is toegebracht. Hij hoopte dat deze restauratie voor de bevolking een stimulans mag zijn om op de ingeslagen weg verder te gaan en in eensgezinde samenwerking  de verdere opbouw ter hand te nemen. Hij prees verder de ondervonden steun van het departement van O.K.W. het welk, niettegenstaande de departementale molen in het algemeen erg langzaam maalt, ten aanzien van deze  restauratie voortvarende medewerking heeft verleend, en bracht voorts dank voor de van de betrokken instanties ontvangen medewerking, in het bij zonder ook van de heer Kramer, de molen-expert bij uitnemendheid. Daarop stelde hij de molen in werking, waarna deze door velen werd bezichtigd. Na afloop hiervan verenigden de genodigden zich in het café van de heer Masclee waar enige verversingen werden aangeboden. Hierop sprak de heer de Koning uit Amsterdam nog enige woorden van dank tot allen, welke aan deze restauratie hebben medegewerkt en reikte namens de vereniging een certificaat aan de eigenaar en de aannemersfirma gebr. Beijk van Afferden uit. Opzichter de Bruijne van het plaatselijk streekbureau hield daarna nog een toespraak, welke op rijm was gesteld.

Vervolgens woonde en werkte van 1948 tot 1955 molenaar/melkboer I. Voogd, die echter sporadisch maalde in de molen. Na het beëindigen van het maalbedrijf in 1959 werd de molen op het bovenwiel na geheel uitgebroken en als vakantieverblijf ingericht. In 1968 kreeg de molen twee nieuwe eigenaren, G.A.M. Vermeulen uit Terneuzen en F.O. Verbiest uit Sas van Gent. Laatst genoemde eigenaar ging alleen verder en breidde in 1970 de molen onderin uit een met een bar. De net voor de molenbrand in 1974 opgerichte Stichting Molenbehoud West-Zeeuwsch-Vlaanderen werd erna eigenaar, waarna de molen een metamorfose onderging. De witte stenen romp met rode boogjes boven de deuren en vensters kreeg toen weer zijn originele rode bakstenen kleur. De in 1947 aangebrachte Van Bussel stroomlijnwieken maakten plaats voor fokwieken met remkleppen op de vier enden.
De molen beschikt nu over twee koppels maalstenen, de ene voor tarwe en de andere voor diervoeder. De koppel maalstenen voor diervoerder wordt niet meer gebruikt. De buil machine wordt gebruikt om de zemels vanuit het tarwemeel te scheiden waardoor tarwebloem wordt gemaakt.